Vrijstelling

Als u een vrijstelling aanvraagt van de wetsartikelen omtrent aslasten, dan moet u kopieën van de onderliggende documenten meesturen.

Dus in ieder geval:

–                zwaar transportverklaring of aslastverklaring
–                ontheffingsattest
–                opgave technische capaciteiten onderwagen

Indien de kopieën van deze documenten niet bij de aanvraag zitten, wordt deze standaard afgewezen. Indien uw aanvraag toegewezen wordt, ontvangt u een besluit waarin de vrijstelling verstrekt wordt en een opsomming van de voorwaarden waaronder de vrijstelling geldt.

Aanvraag vrijstelling

Als basis voor het verstrekken van de vrijstelling en het verdere gebruik van het bergingsvoertuig staat centraal dat de wet niet onnodig beperkend hoeft te zijn, daar waar het voertuig technisch veel meer aankan. Daarom sluit de wetgever zich aan bij de technische mogelijkheden van het voertuig, zoals weergegeven wordt in een opgave van de fabrikant of importeur van de onderwagen van het bergingsvoertuig.

De vrijstelling geldt voor de volgende artikelen:

Regeling Voertuigen

art. 5.18.2      lid 1  maximaal 1 motorvoertuig slepen
art. 5.18.2      lid 2  boven 4.000 kg met sleepstang
art. 5.18.17a          overschrijding totale maximum massa
art. 5.18.17d          overschrijding aslasten
art. 5.18.18     lid 2 minimaal 1/5 deel van totale gewicht op bestuurde assen

Regeling Verkeersregels en Verkeerstekens 1990

art. 42      voertuig moet minimale snelheid van 60 km/h kunnen en mogen rijden bij gebruik op snelweg

Aan het gebruik van de vrijstelling zijn voorwaarden verbonden.

Deze voorwaarden staan vermeld op het besluit tot verstrekking van de vrijstelling en luiden (onder voorbehoud) als volgt:

  1. Er dient sprake te zijn van een door het Centraal Meldpunt Vrachtautoberging verstrekte opdracht tot het verplaatsen van een voertuig of samenstel van voertuigen.
  2. Het bergingsvoertuig dient over een geldige goedkeuring te beschikken als zwaar bergingsvoertuig volgens de eisen zoals opgesteld door Rijkswaterstaat.
  3. Er dient sprake te zijn van het verplaatsen van een voertuig of samenstel van voertuigen van de incidentlocatie naar,
    ofwel de dichtstbijzijnde vestiging van het bergingsbedrijf welke de opdracht van het Centraal Meldpunt Vrachtautoberging heeft ontvangen,
    ofwel een adres naar keuze van de eigenaar van het voertuig of samenstel van voertuigen mits deze zich binnen een straal van 30 kilometer van de incidentlocatie bevindt,
    ofwel de dichtstbijzijnde veilige locatie,
    ofwel een andere locatie in opdracht van de wegbeheerder of politie.
  4. De volgende maximumsnelheden worden gehanteerd:
    buiten de bebouwde kom op autosnelwegen             60 km/h
    buiten de bebouwde kom op autowegen                    50 km/h
    buiten de bebouwde kom op andere wegen               40 km/h
    binnen de bebouwde kom                                           30 km/h
    Indien verkeerstekens ter plaatse een lagere maximumsnelheid aanduiden, dient deze te worden gehanteerd.
  5. De bestuurder dient bij controle ongevraagd de vrijstelling, alsmede de onderliggende documenten te tonen aan de controlerende toezichthouders en opsporingsambtenaren.
  6. De bestuurder dient op verzoek de vrijstelling, alsmede de onderliggende documenten te tonen aan medewerkers van Rijkswaterstaat.
  7. De bestuurder dient de originele vrijstelling, alsmede de originele onderliggende documenten in de cabine aanwezig te hebben tijdens het verplaatsen van een motorvoertuig of samenstel van voertuigen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bepalingen van de vrijstelling.
  8. De bestuurder dient het bergingsvoertuig te gebruiken binnen de grenzen die de fabrikant/importeur voor het voertuig heeft aangegeven, alsmede binnen de grenzen die de fabrikant/importeur van de bergingsinstallatie heeft aangegeven. Indien enige grens niet door de fabrikant/importeur kan worden aangegeven, mag deze ook worden vastgesteld door TNO Automotive te Helmond of een andere organisatie met vergelijkbare expertise.
    Indien één of meer van deze grenzen wordt overschreden, dient de maximum snelheid beperkt te blijven tot 15 km/h en dient de rijdende combinatie afdoende te worden beveiligd door middel van in ieder geval een daarachter rijdend voertuig met zwaailichten zoals omschreven in de Regeling Optische- en Geluidssignalen. In dit geval dient de regionale verkeerscentrale van Rijkswaterstaat onverwijld in kennis te worden gesteld.
  9. Het bergingsvoertuig mag na afgifte van de vrijstelling geen wijzigingen in de constructie hebben ondergaan die omschreven staan in de artikelen 6.2 tot en met 6.16 van het Voertuigreglement, danwel andere significante wijzigingen die van meer dan geringe invloed zijn op de capaciteit of de gewichten van het bergingsvoertuig. In die gevallen vervalt de geldigheid van de vrijstelling.
  10. Het bergingsvoertuig moet van banden voorzien zijn die, op een as gemonteerd tezamen een draagvermogen hebben, welke groter is dan of gelijk is aan het technisch draagvermogen van die as. Indien dit niet het geval is, wordt het technische draagvermogen van die as gelijkgesteld aan het maximale draagvermogen van de banden op die as.
  11. Met het bergingsvoertuig mag niet meer dan één motorvoertuig of samenstel van voertuigen worden voortbewogen.